Kerp nul-vijf

Vrijdagochtend, half 10. Met krampachtige bewegingen probeer ik het laatste beetje koffie uit mijn kop te schudden. Ik zit weer te treuzelen, en dat wordt weer gassen om de trein niet te missen. Ik groet snel nog even mijn moeder, die geen tijd meer heeft om mij een prettig weekend te wensen. Ik graai een appel uit de fruitmand en spring op de fiets. Een vluchtige blik op mijn horloge zorgt voor nog meer zweetdruppels, en ternauwernood kan ik mijn trein nog redden. Dat de fiets ergens willekeurig in een struik is gegooid, maakt op dat moment niks meer uit. Met wat geluk vind ik hem zondagavond terug, zoniet, dan wordt het lopen.

Van Maastricht naar Eindhoven, door richting Utrecht, en dan zijn we er bijna. Gaar van de drieëneenhalf uur durende treinreis moet ik mij even oriënteren op het eindstation. Ik kom hier niet zo heel vaak, en het is altijd even wennen. Ik besluit dat ik een bak koffie verdient heb, en ik loop naar de kiosk. Een leuke meid, jaar of 25, licht krullend blond haar, kijkt me lachend aan. Vastbesloten bestel ik: “Koffie, zwart”. Ik voel me heel even het mannetje, want ik bestel hier toch wel effe zwarte koffie. Wat zij niet weet, is dat ik al energiereserves aan het opbouwen ben voor de komende 48 uur van Zwolle. Ze zet de koffie op de toonbank, en terwijl ik de koffie overneem raak ik heel even haar hand aan. Ik meen te zien dat ze een klein beetje bloost. Lachend overhandig ik haar 2 euro, “laat de rest maar zitten”, zeg ik tegen haar, en ik ben er vandoor. Na een stevige wandeling door het Zwolse, zie ik in de verte de grote statige Ijsselhallen opdoemen. Ik heb nog nooit zo’n lelijk gebouw gezien, maar de dingen die zich daarbinnen afspelen zijn met geen pen te beschrijven. Hier en daar zie ik al wat posters hangen met Carp 2005 erop geschreven.

c4foto1
Carp!

Ik kijk eens voorzichtig op de parkeerplaats, en ik ontdek de station staan van Aart. Verderop staat de bestelwagen van de Engelsen. Ik zie mannen in kaki-outfit zwetend sjouwen met een hoop dozen. Ik groet ze vriendelijk, en vervolg mijn weg. De grote stalen schuifdeur maakt krakend en piepend de weg vrij voor me, en eenmaal binnen gekomen is het een feest van herkenning. Hier gebeurt het mensen, hier huist het echte karpergevoel. Niet aan een of ander die-hard circuitwater, niet op de peppiebak in het stadspark, nee, hier gebeurt het allemaal. Hier ruikt het naar sjek, zweet en koffie, en ik voel me direct thuis. Ik gooi mijn tas even op de grond, en neem alles in mij op. Een sigaret volgt, en ik kom weer helemaal tot rust in deze chaos. Ik besluit om even een rondje te lopen, en ik geniet gewoon. Ik mag mij een gelukkig mens noemen om hier tussen al deze gedrevenen te bevinden. Het is een schitterend gezicht om te zien hoe zo’n beurs tot stand komt, en belangrijker nog, hoe groot de vriendschap is tussen al deze mannen, en vrouwen. Zwart ontmoet wit, kaki ontmoet rood, en ga zo maar door. Na één rondje heb ik al drie keer koffie aangeboden gekregen, en dat kenmerkt de sfeer op deze beurs. Eenmaal terug gekomen op die paar honderd vierkante meter vloer, waar straks de KSN stand zal opdoemen uit het beton, maak ik een praatje met wat andere KSN’ers. Het doet me goed om te zien dat er nog een ander jeugdlid aanwezig is bij het opbouwen, ook Bartje loopt met opgestroopte mouwen druk rond. Het is nog aardig koud in de zaal, en ik besluit om toch maar even mijn jas aan te doen. Ik ben al zo gaar van de afgelopen drukke schoolweken, de lange treinreis en de gedachte dat ik dit weekend weer honderdenzoveel grappen ga krijgen over mijn accent. Ach, ik vergeef het de onwetenden, ik weet wel beter.

We zetten met zijn allen de schouders eronder en tegen een uur of vijf staat er dan toch echt iets wat op een KSN stand lijkt. Ik leg de folders voor de jeugdkampen nog even netjes recht, en ik schop tegen de tafel waar het bestuur zal gaan staan. Dan liggen mijn boekjes tenminste rechter dan die van het bestuur. Ik ben ook een eikel hé. Na een heerlijk avondmaal vervolg ik mijn weg richting de keet van Maffie, waar we de afgelopen jaren steeds hebben mogen overnachten. Ik groet wat mede jeugdcommissieleden, en de nodige roddels en hete nieuwtjes worden uitgewisseld. De Story is er niks bij, kan ik jullie vertellen.

Het weekend is eigenlijk nog niet begonnen, maar ik loop nu al de hele tijd met een glimlach over mijn gezicht. De vele bakken koffie en thee breken me op, en ik ga mijn spodrocket even leegschudden. Ik sta op het krakend vloertje in de keet van Manfred, en het toilet ziet er geel en oud uit. Ik luister naar het geklets van mijn straal op het keramiek, en bedenk me wat er komende twee dagen wel allemaal niet te wachten staat. In de verte hoor ik tussen mijn eigen gezeik door, iemand mijn naam roepen. Ik meen vaag de woorden “Stefan” en “biertje?” te horen. Ik roep heel hard “Joooow” en duw mijn spodrocket terug in het foudraal. In de verte klinkt het “prrrsssjjjjttt” van een geopend flesje bier. Dit gaat een mooi weekend worden, ik voel het

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *