Geboren karpervisser

“Hest al wa gefongen mienjong?” Langzaam draai ik me om uit mijn stoel. Achter mij staat een man van middelbare leeftijd. Met zijn handen in de zakken van zijn iets te korte broek staart hij mij aan, Zijn ogen zijn gevuld met onbegrip. Onbegrip voor wat ik hier aan het doen ben. Als ik langzaam nee knik wordt ik gelijk weer bestookt door de man: ” Op de groooten zo te zien hé!” Ik knik vaag en draai me weer om. Turend over het water hoor ik dat zijn voetstappen zich langzaam van me verwijderen. Al hoofdschuddend denk ik terug aan de vele keren dat me dit overkomen is. Zou er dan niemand zijn die me snapt. Niemand die begrijpt waarom ik hier zit. Helemaal in me eentje in de “middle of nowhere” achter mijn hengels op jacht naar iets wat misschien helemaal geen honger heeft? Een leeg gevoel maakt zich van me meester. Ik heb ook eigenlijk geen zin meer om het telkens uit te leggen. Mensen aan wie ik het toch niet duidelijk kan maken wat voor gevoel het geeft. De kick, de vrijheid, het buitenleven..

c2foto1

Ik snap gelukkig zelf nog wat ik doe en vooral waarom ik het doe. Wat mij op de been houdt om deze hobby te blijven uitoefenen. Het is een niet te beschrijven kracht die je telkens weer naar de waterkant zuigt, de waterkant waar de echte beren zwemmen. Het houdt je dag en nacht in zijn greep. Zwetend wordt je wakker midden in de nacht. In je droom heb je net een monster verspeeld. Het was hem, die ene, hele zware. De topper van het water. Gelukkig is het maar een droom, en je hoopt tegelijkertijd dat het maar een droom mag blijven. Op school droom je verder op zoek naar het perfecte moment om hem te vangen. Wanneer de leraar vraagt waar je met je gedachten zit stotter je iets over een groot kanaal tussen wuivende rietkragen. Gelijk gevolgd door een golf van hoongelach uit de klas. Laat ze maar lachen denk jij bij jezelf, ze begrijpen mij toch niet. En wanneer je dan denkt het eenmaal gevonden te hebben worden je dromen illusies en ga je keihard op je bek. De vissen lijken van de aardbodem verdwenen en de blanks rijgen zich aaneen. Weer begint het spel van vooraf aan. Het uitdenken van je strategie, je aanvalsplan. En als het dan eindelijk lijkt te lukken en alle puzzelstukjes vallen in elkaar dan voel je je de koning te rijk. Zachtjes neurie je “we are the champions” mee en kijkt naar een voorbijganger die meewarrig met zijn hoofd schud.

c2foto2
“…We are the champions..”

Zal een “normaal” mens dit ooit begrijpen? Zal hij het willen begrijpen of loopt hij aan je voorbij en laat hij je begaan met je lot. Veel van mijn vrienden toonden begrip, zeker nadat ze een keer mee waren geweest. Helaas waren anderen minder begripvol en bleef het bij een enkel “Blub” als ik vertelde dat ik weer eens ging vissen. Voor enig begrip van uw kant beste lezer is hier nog een stukje Gronings voorjaar van een (kanaal) karpervisser: Weinig vis dit jaar op de kant en niet van het kaliber waarvan ik ze graag vangen wil. Veel en pijnlijke blanks worden afgewisseld met een enkele vruchtbare sessie. Zoals laatst waarin mijn hengels in 12 uur tijd 11 runs produceren. Zulke nachten laten je voor even weer opleven uit de blankmisére. Waar het aan ligt weet ik nog niet, maar dat laat tenminste nog wat ruimte over tot nadenken. Mijn nieuwe strategie is bijna voltooid. Een strategie gebaseerd op veel theorie en een klein beetje praktijk van veel en hard op me bek gaan en een enkel klein succesje. Dus wie weet blijft mijn schepnet wel droog de komende tijd. Maar nooit geschoten is altijd mis en we gaan ervoor. Voor de volle 100 procent! De basaltblokken, rietpluimen en ondoorgrondelijke karpers roepen mij. Wat andere mensen ook van me denken, ik ben geboren als buitenmens, gevormd tot karpervisser en loop dus mijn lot achterna. Bart van Bezouw

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *